Het Verdrag tot instelling
van de Benelux Economische Unie heeft aan het Comité van
Ministers de volgende juridische middelen gegeven:
 |
Beschikkingen |
| |
Het Comité van Ministers
kan beschikkingen uitvaardigen op de gebieden waarvoor
die bevoegdheid uitdrukkelijk in het Unieverdrag of de
aanvullende overeenkomsten staat vermeld. Wanneer het
Comité van Ministers een beschikking goedkeurt dan is
zij bindend voor de regeringen. Om ze ook bindend te
maken voor de ingezetenen moeten beschikkingen omgezet
worden in nationale wetgeving. |
 |
Overeenkomsten |
| |
Niet alles werd voorzien
in het kader van het Unieverdrag. Artikel 19 van dit
verdrag heeft daarom voorzien dat het Comité van Ministers
aanvullende overeenkomsten kan sluiten. Overeenkomsten
vormen dus verlengstukken van het Unieverdrag. Zij worden
ter goedkeuring voorgelegd aan de parlementen, in overeenstemming
met de ratificatieprocedure die in elk van de partnerlanden
geldt. |
 |
Aanbevelingen |
| |
Wanneer het Comité van
Ministers een aanbeveling goedkeurt dan ontstaat geen
juridische verplichting voor de regeringen maar wel een
morele. Aanbevelingen zijn inderdaad niet zonder dwang
want de goedkeuring houdt een engagement in om ze ten
uitvoer te brengen. |
 |
Richtlijnen |
| |
Het Comité van Ministers
kan richtlijnen geven aan de Raad van de Economische
Unie, de commissies, het Secretariaat-Generaal en de
gemeenschappelijke diensten. |