Missie Benelux  
      Secretariaat-Generaal Benelux-instellingen Benelux Publicaties Dossiers Reglementeringen

Een vergelijkend overzicht van de ruimtelijke ordeningsstelsels binnen de Benelux

De wettelijke organisatie van de ruimtelijke ordening is bij de diverse Beneluxpartners sterk verschillend, wat soms tot verwarring en communicatieproblemen kan leiden.

Niet alleen grensbewoners die een bouwvergunning willen aanvragen aan de andere kant van de grens worden hiermee geconfronteerd. Ook overheden die grensoverschrijdende afstemming van beleidsplannen nastreven of die grensoverschrijdende projecten willen opzetten hebben met deze verschillen te maken. Immers, niet steeds de parallelle bestuurslaag bij de buren is bevoegd voor dezelfde materie: onderwerpen die aan de ene kant van de grens onder gewestelijke (centrale) bevoegdheid vallen, kunnen heel goed een provinciale bevoegdheid zijn aan de andere kant.

Ook de centrale overheden hebben met deze verschillen te maken in de Benelux samenwerking.

Op verzoek van de Benelux Ministeriële Werkgroep Ruimtelijke Ordening is in samenwerking tussen de planningsadministraties van de Benelux-partners en het Secretariaat-Generaal een samenvattend overzicht opgesteld van die verschillende ruimtelijke ordeningsstelsels. Dat overzicht is in gedrukte vorm en op het internet beschikbaar.

In dit overzicht wordt getracht een aantal essentiële karakteristieken van de vijf planningsstelsels weer te geven. Uiteraard kunnen niet alle details worden behandeld maar het overzicht biedt de lezer wel houvast om sneller wegwijs te raken in de verschillende planningsstelsels.
Ook worden doorverwijsadressen in het overzicht opgenomen om geïnteresseerden toe te laten zich verder te informeren.

Om duidelijk te maken hoe bij de vijf partners de boog van strategische beleidsbeslissingen op het centrale niveau tot concrete en voor de burger bindende plannen verloopt, werd de essentie van het planningsstelsel in een beeldspraak gevat.

Zo werd het in Brussel en Wallonië geldende stelsel getypeerd als een ‘Inzoomstelsel’, waarbij de algemene beleidslijnen op gewestniveau (centraal niveau) worden vastgelegd in een ontwikkelingsplan en omgezet in bodembestemmende gewestplannen. Op gemeentelijk niveau kunnen vervolgens ontwikkelings- of structuurplannen en bestemmingsplannen worden opgesteld, die de hogere plannen verder detailleren (“Inzoomen”).

Het Vlaamse stelsel wordt als een ‘mozaïekmodel’ omschreven, waarbij elk afzonderlijk beleidsniveau (gewest, provincie, gemeente) zowel strategische “Structuurplannen” als voor de burger bindende “Ruimtelijke Uitvoeringsplannen” opstelt. Zo vallen bijvoorbeeld havengebieden onder de bevoegdheid van het gewest, is de selectie en inrichting van secundaire wegen of toeristische infrastructuur een provinciale aangelegenheid en is de inrichting van woonkernen een gemeentelijke bevoegdheid. Het grondgebied wordt bijgevolg opgedeeld volgens de bevoegde beleidsniveaus (“mozaïek”).

Het Nederlandse planningsstelsel wordt als een ‘trechtermodel’ omschreven: het Rijk bepaalt het ruimtelijke beleid van Nederland door de strategische kaders in zogenaamde planologische kernbeslissingen (pkb) vast te leggen. Deze kaders worden nader uitgewerkt op provinciaal niveau in streekplannen. Deze worden vervolgens op gemeentelijk niveau geconcretiseerd in het enige plan dat overheid en burgers rechtstreeks bindt: het gemeentelijk bestemmingsplan. Op die manier worden strategische beslissingen ‘getrechterd’ naar de voor de burger bindende gemeentelijke bestemmingsplannen toe.

Het Luxemburgs planningsstelsel kan als een combinatie van een mozaïekmodel en een inzoommodel beschouwd worden, waarbij het Programme Directeur aan de top van het planningsstelsel staat en het kader vormt voor alle andere plandocumenten.

Eveneens opvallend is de verschillende invulling van het intermediaire planniveau bij de Benelux-partners. In Vlaanderen en Nederland vormt de provincie een intermediair planniveau tussen het centrale niveau (gewest/rijk) en het gemeentelijk niveau in. Luxemburg kent een dergelijke intermediaire rol toe aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Brussel en Wallonië daarentegen kennen twee lagen: het gewest en de gemeente.

Met het overzicht van de wettelijke ruimtelijke ordeningsstelsels menen de Benelux-partners aan een reële behoefte in verband met onderlinge kennisverstrekking tegemoet te komen en op die manier ook de Benelux-samenwerking in het domein van de ruimtelijke ordening te ondersteunen.

De publicatie zal ruim worden verspreid onder mogelijk geïnteresseerden zoals grensgemeenten, grensprovincies, centrale overheden, onderzoeksinstellingen, universiteiten en andere organisaties en instellingen die direct of indirect bij ruimtelijke ordening over de grenzen heen betrokken zijn.

  Brochure Ruimtelijke ordeningsstelsels binnen de Benelux (2003)

  werkdocument Ruimtelijke ordening Benelux: een actueel kort vergelijkend overzicht van de ruimtelijke ordeningsstelsels binnen de Benelux (2010)