|
Benelux Overeenkomst Grensoverschrijdende
Samenwerking
HET EUROPESE JURIDISCHE KADER VOOR
GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING.
Samenwerking over de grenzen heen kan op veel manieren,
zowel informeel als formeel gestructureerd. Vaak is informele
samenwerking afhankelijk van persoonlijke contacten en stopt
deze spoedig nadat deze contacten wegvallen. De drie Beneluxlanden
erkennen dat het beter is te streven naar een structurele
en geformaliseerde samenwerking over de grenzen heen. Samenwerking
over de grens heen met een juridische basis als rechtspersoonlijkheid
heeft een aantal voordelen:
- het maakt een duurzame samenwerking mogelijk
- het maakt dat de samenwerking niet uitsluitend afhankelijk
is van persoonlijke contacten of sympathieën
- het bevordert het democratische toezicht
- het maakt de samenwerking transparant
- het maakt het beheer van eigen middelen mogelijk
- het staat toe eigen personeel in dienst te nemen
- het definieert een gestructureerde organisatie met afgebakende
verantwoordelijkheden
- het is de meest geëigende samenwerkingsvorm voor
overheden
Het Europese juridische kader voor grensoverschrijdende
samenwerking omvat:
- Het Acquis van de Raad van Europa (de Kaderovereenkomst
van Madrid)
- Bestaande multilaterale en bilaterale overeenkomsten
(zoals de Benelux-overeenkomst grensoverschrijdende samenwerking)
- De Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking
(EGTS)
- Samenwerking op basis van het private recht
HISTORISCH OVERZICHT
| 1980 |
Kaderovereenkomst van Madrid (Raad van Europa).
Het Acquis van de Raad van Europa levert regionale en
lokale overheden het juridische kader waarbinnen ze
op publiekrechtelijke basis over de grens heen kunnen
samenwerken. |
| 1986 |
De Benelux Overeenkomst Grensoverschrijdende Samenwerking |
| 1998 |
Tweede Protocol bij de Kaderovereenkomst van Madrid
(Raad van Europa).
Dit protocol geeft decentrale overheden in landen die
hierbij partij zijn, de mogelijkheid tot interterritoriale
samenwerking op publiekrechtelijke basis. |
| |
Overige bilaterale en multilaterale overeenkomsten
in het kader van de Raad van Europa:
- Overeenkomst tussen Denemarken, Finland, Noorwegen
en Zweden van 26 mei 1977
- Benelux Overeenkomst van 12 september 1986
- Anholt-Overeenkomst van 25 juni 1991 (Nederland
, Duitsland, Noordrijn- Westfalen en Nedersaksen)
- Overeenkomst tussen Finland en de Russische Federatie
van 20 januari 1992
- Italiaans-Oostenrijkse kader overeenkomst van
27 januari 1993
- Italiaans-Zwitserse kader overeenkomst van 24
februari 1993
- Overeenkomst van Rome van 26 november 1993 (Frankrijk
en Italië)
- Overeenkomst van Bayonne van 10 maart 1995 (Frankrijk
en Spanje)
- Overeenkomst van Karlsruhe van 23 januari 1996
(Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Luxemburg)
- Overeenkomst van Mainz van 8 maart 1996 (Wallonië,
Duitstalige Gemeenschap en Länder van Noordijn-Westfalen
en Rijnland-Palts)
- Overeenkomst van Brussel van 16 september 2002
(Frankrijk, België, Wallonië en Vlaanderen)
- Overeenkomst van Valencia van oktober 2003 tussen
Spanje en Portugal
|
| 2006 |
Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking
(EGTS) |
De Raad van Europa bereidt op dit ogenblik voor alle lidstaten
van de Raad van Europa een uniform document voor met betrekking
tot samenwerkingsverbanden voor grensoverschrijdende en territoriale
samenwerking. Dit document geeft een juridisch kader voor
grensoverschrijdende samenwerking aan zowel EU leden als
niet EU leden. Het uniform document houdt rekening met bestaande
overeenkomsten waaronder de EGTS.
DE BENELUX OVEREENKOMST GRENSOVERSCHRIJDENDE
SAMENWERKING
Voor een duurzame samenwerking over de grens heen is een
juridisch instrument ontwikkeld: de "Benelux Overeenkomst
inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale
samenwerkingsverbanden of autoriteiten" (1 april 1991).
Onder territoriale overheden vallen decentrale overheden
zoals gemeenten, provincies, intercommunales, OCMW, streekgewesten
waterschappen etc.
Genoemde overheden kunnen via deze Benelux Overeenkomst
in de drie Beneluxlanden op publiekrechtelijke basis grensoverschrijdend
samenwerken. De Benelux Overeenkomst kent drie verschillende
vormen van samenwerking. Uitgangspunt bij de grensoverschrijdende
samenwerking is altijd de wens van de partners zelf om te
komen tot een bepaalde vorm van samenwerking. De partners
kunnen daarbij ook niet de regels van het interne recht omzeilen.
De lichtste vorm waarvoor overheden kunnen kiezen is de administratieve
afspraak, een soort van lichte regeling voor leveringen en
diensten tussen lokale overheden.
Het grensoverschrijdende gemeenschappelijke orgaan als tweede
vorm van samenwerking is afkomstig uit het Nederlandse recht.
Deze lichte startvorm biedt een goede basis voor grensoverschrijdende
samenwerking en kan later altijd worden uitgebouwd. Een gemeenschappelijk
orgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan geen financiële
middelen beheren of personeel in dienst nemen.
Het grensoverschrijdend openbaar lichaam is de zwaarste
vorm van samenwerking. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid
en een gelede structuur. Binnen deze vorm van samenwerking
kunnen voor de partners en de burgers bindende besluiten
worden genomen. Wel moeten de statuten in overeenstemming
zijn met het interne recht.
EEN BIJZONDERE COMMISSIE BEGELEIDT
GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING
In de afgelopen jaren hebben de leden van de Bijzondere
Commissie Grensoverschrijdende samenwerking in Benelux-verband
het opstellen van de juridische teksten begeleidt van de
Overeenkomst, het Aanvullend Protocol en van een aantal modelstatuten.
In deze Bijzondere Commissie hebben leden van de Nederlandse,
Federale Belgische, Vlaamse, Waalse en Luxemburgse betrokken
ministeries zitting.
Vooral de vertegenwoordigers van de Ministeries van Binnenlandse
Zaken en de Gewesten zorgen via hun inbreng in het Directiecomité voor
een correcte uitvoering van de verschillende activiteiten.
De Bijzondere Commissie biedt ook aan organisaties de mogelijkheid
om problemen die opduiken voor te leggen aan een groep deskundigen.
MODELSTATUTEN HELPEN ORGANISATIES
DIE WILLEN SAMENWERKEN
Het secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie
geeft inhoudelijke en facilitaire ondersteuning bij de toepassing
van de Benelux Overeenkomst Grensoverschrijdende Samenwerking.
Tegelijk met de Overeenkomst zijn door de Bijzondere Commissie
een aantal modelstatuten opgesteld op basis van de voorschriften
en vereisten voor samenwerkingsverbanden overeenkomstig de
nationale rechtsregels van de Benelux partners.
Deze modelstatuten zijn gemakkelijk voor organisaties die
een grensoverschrijdend samenwerkingsverband wensen te starten.
Ze zijn verkrijgbaar op het secretariaat-generaal.
DE EUROPESE GROEPERING
VOOR TERRITORIALE SAMENWERKING (EGTS)
Voorschriften met betrekking tot de Europese Groepering
voor Territoriale Samenwerking (EGTS) zijn omschreven in “Verordening
(EC) No 1082/2006 van het Europese Parlement en de Raad van
5 juli 2006”. De EGTS vergemakkelijkt en bevordert
grensoverschrijdende, transnationale en interregionale (territoriale)
samenwerking met de uitdrukkelijke bedoeling om te komen
tot de versterking van de economie en de sociale samenhang.
De EGTS-verordening is een instrument op het niveau van
de Europese Unie om de moeilijkheden te overwinnen bij territoriale
samenwerking die worden veroorzaakt door nationale rechtstelsels
en procedures. Het instrument bezit rechtspersoonlijkheid.
Het oprichten van een EGTS geschiedt uit vrije wil en is
facultatief. De verordening kan met name toegevoegde waarde
hebben voor (grens)regio’s in die landen die nog geen
partij zijn bij de Kaderovereenkomst van Madrid of die geen
bilateraal akkoord hebben afgesloten.
De EGTS kan Europese territoriale programma’s en projecten
ter hand nemen die worden medegefinancierd door de Europese
Unie. Het kan ook andere specifieke acties uitvoeren met
betrekking tot territoriale samenwerking op initiatief van
een Lidstaat of een regionale of lokale overheid. Politie-
en veiligheidstaken en andere regelgevende bevoegdheden kunnen
nooit onderdeel zijn van de samenwerkingsovereenkomst van
een EGTS. De EGTS heeft statuten, met eigen organen en met
regels voor begroting en rekening, waarin de financiële
verantwoordelijkheden zijn vastgelegd.
DE ARTIKELEN VAN VERORDENING (EG)
No 1082/2006:
- Kenmerken
- Toepasselijk recht
- Samenstelling
- Oprichting
- Rechtspersoonlijkheid en publikatie
- Toezicht op publieke middelen
- Taken
- Overeenkomst en statuten
- Organisatie
- Begroting
- Liquidatie, insolventie en aansprakelijkheid
- Andere bepalingen
KENMERKEN
De EGTS bezit rechtspersoonlijkheid en geniet in elke lidstaat
de ruimste handelingsbekwaamheid die de nationale wetgeving
van die lidstaat aan rechtspersonen toekent. Het is de EGTS
toegestaan deel te nemen aan het rechtsverkeer, roerende
en onroerende goederen te verkrijgen of te vervreemden en
personeel in dienst te nemen.
Toepasselijk recht
- Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking “Verordening
(EC) No 1082/2006”
- In het geval dat de Verordening het uitdrukkelijk toestaat,
de bepalingen van de overeenkomst en de statuten
- in gevallen die niet of slechts ten dele door de verordening
worden geregeld, de wetgeving van de lidstaat waar de EGTS
haar statutaire zetel heeft.
Samenstelling
Leden van een EGTS kunnen zijn (binnen de grenzen van hun
bevoegdheden krachtens de nationale wetgeving):
- Lidstaten;
- Regionale overheden
- Lokale overheden;
- Publiekrechtelijke organisaties
- Samenwerkingsverbanden van organisaties van één
van bovenstaande
Een EGTS is samengesteld uit leden die gevestigd zijn op
het grondgebied van ten minste twee lidstaten. Eenheden van “Derde” landen
kunnen deelnemen aan een EGTS mits in overeenstemming met
de EU regelgeving met betrekking tot “participatie
van Derde landen”.
Oprichting
Elk lid van een EGTS zal het voornemen tot deelname aan
een EGTS kenbaar maken aan de Lidstaat onder wiens toezicht
de EGTS opereert. De EGTS dient de Lidstaten een afschrift
te zenden van de voorgestelde overeenkomst en/of statuten.
De Lidstaten stemmen in met deelname tenzij de lidstaat van
oordeel is dat deze deelneming niet in overeenstemming is
met deze verordening of met zijn nationale wetgeving, ook
wat betreft de bevoegdheden en taken van het kandidaat-lid,
of dat deze deelneming niet gerechtvaardigd is om redenen
van algemeen belang of openbare orde van die lidstaat. In
dat geval motiveert de lidstaat zijn weigering.
CONCLUSIES MET BETREKKING TOT DE
EGTS VERORDENING
- De EGTS-verordening vult een bestaande leemte voor formele
grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking,
met name in de nieuwe EU-lidstaten in Centraal-Europa
- De EGTS-verordening is primair een juridisch instrument
voor grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking
bedoeld om Europese programma’s en projecten uit
te voeren. Daarnaast kan het instrument ook worden gebruikt
voor andere vormen van territoriale samenwerking die niet
medegefinancierd worden uit Europese gelden.
- De EGTS-verordening biedt een aanvullende optie voor
de vorming van een juridisch interterritoriaal of grensoverschrijdend
samenwerkingsverband ,naast de reeds bestaande mogelijkheden
in het kader van de Kaderovereenkomst van Madrid van de
Raad van Europa en de multilaterale en bilaterale uitwerkingsovereenkomsten,
waaronder de Benelux-overeenkomst grensoverschrijdende
samenwerking.
INFORMATIE
Bij de heer Hans Mooren kunt u terecht met alle vragen en
voor inlichtingen over de Benelux Overeenkomst Grensoverschrijdende
Samenwerking en de EGTS-verordening.
telefoon:
0032-2-519.38.43,
fax: 0032-2-519.38.94
e-mail: jmooren@benelux.be
|